In het algemeen geldt bij veldonderzoek dat houding en gedrag het beste kan worden begrepen in een natuurlijke setting, bij voorkeur in een studie gedurende een bepaalde tijdspanne. Bij ‘Jeugd op Straat’ gaat het om het leven van dag tot dag op straat in een vooraf bepaald geografisch gebied. Deze aanpak maakt dat het verzamelen en analyseren van gegevens relatief goedkoop is en er kan in korte tijd resultaat worden geboekt. De verzamelde data bestaat uit zowel kwantitatieve als kwalitatieve data.
De gegevens hebben een hoge mate van controleerbaarheid en navolgbaarheid. De observaties worden in relatie met de omgeving bestudeerd1 en voldoen aan de belangrijkste regels voor dataverzameling:
- Overvloed aan informatie, om belangrijke aspecten zo min mogelijk te missen (redundantie).
- Meerdere onderzoekers zijn bij de dataverzameling betrokken en eventueel gebruik van meerdere typen dataverzameling (triangulatie).
- Bevindingen kunnen worden geverifieerd (controle).
Bij het verzamelen van de gegevens wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken2:
- Observaties
- Gesprekken
- Interviews
(1) De rol van de observant kan variëren tussen ‘complete observer’3 en ‘observer-as-participant’4, afhankelijk van de situatie of specifieke opdracht tot contactlegging. In principe gaat het om eenvoudigweg kijken en luisteren.
(2) Wanneer contactlegging of een eenvoudig interview gewenst is voor het verkrijgen van aanvullende informatie, werkt de observant met een algemene opdracht en niet met een gestructureerde vragenlijst. In essentie gaat het om een gesprek waarbij wordt geprobeerd antwoorden te krijgen op –achtergronden bij- bepaalde onderzoeksvragen of voorgaande observaties.
De methode van verzamelen van gegevens kan worden gezien als een vorm van ‘Time Sampling’. Longitudinale studies5 in een wijk of buurt zijn zeer goed mogelijk. De factor tijd is een belangrijk element bij het zoeken naar verbanden tussen variabelen. De onderzoeksperiode is eveneens van belang bij de generaliseerbaarheid van de bevindingen. Observaties worden gedurende een lange tijdspanne uitgevoerd waarbij periodes kunnen worden vergeleken voor meer gedetailleerde beleidsadviezen.
In principe worden drie fases bij de dataverzameling onderscheiden:
I. Verkenning
Probleem definiëring en beschrijving stand van zaken [2 – 4 weken]
II. Bevestiging
Lichte controle op patronen en trends
III. Experiment
Toetsen van generaliseerbaarheid
Fase I heeft het karakter van een vooronderzoek. Data uit deze fase wordt eveneens gebruikt in andere fases, aangevuld met data uit andere technieken (bijvoorbeeld interviews).
Registratie, analyse en trends
Aangezien de aard van de problemen in stad of wijk uiteindelijk domineert, kan op experimentele basis de set basis variabelen uitgebreid worden. De data kan worden gecategoriseerd en gecodeerd. Door middel van –multivariate- statistische analyse worden de variabelen gekwantificeerd en ex post gecontroleerd op verbanden.
In de tijd gezien levert registratie zeer waardevolle informatie op over ontwikkelingen en trends op wijk-, straat- en groepsniveau.
Door middel van structurele registratie en monitoring wordt een beeld verkregen èn behouden van welke groepen zich ophouden op welke plaatsen, tevens wordt inzicht verkregen in samenstelling, problematiek en wensen.
Na analyse van de groepen en de daarmee verbonden problematiek kan een gerichte aanpak voor groepen en individuele jongeren die in een wijk op straat rondhangen worden gedefinieerd.
1 ‘Contextuele validiteit (zie o.a. Diesing, 1971)
2 Zg. ‘Multi methode’, waardoor bevindingen krachtig kunnen worden onderbouwd
3 Observeren zonder onderdeel te worden van het proces
4 Identificeert zichzelf als onderzoeker, doet mee, maar zonder pretentie een lid van de groep te zijn [vgl. journalist]
5 ‘Trend studies’: veranderingen bij de populatie [in een wijk of buurt] gedurende de tijd
| < Vorige | Volgende > |
|---|

